Sant'Antimo is een unieke benedictijnen abdij in Toscane. In de Middeleeuwen was de abdij belangrijk en welvarend. De abdij is oorspronkelijk waarschijnlijk rond 800 gesticht door Karel de Grote. Het verdwijnen van de keizerlijke macht leidde aan het eind van de 13e eeuw tot het verval van de abdij, die in 1462 werd opgeheven. De hoge, goedgeproportioneerde basiliek werd rond 1118 naar Frans voorbeeld uit regelmatig gehakt hardsteen opgetrokken, zoals blijkt uit de voor Italië ongebruikelijke kooromgang met straalkapellen. Deze kooromgang was geïnspireerd op het benedictijnenklooster Cluny in Bourgondië, waarvan de bouw in 1088 van start was gegaan. Daarentegen getuigen de geïsoleerde klokkentoren en een minimaal gebruik van ordeningselementen van een Italiaanse bouwtraditie. Enkel de kleine, vermoedelijk Karolingisch-Ottoonse kapel met een apsis aan de zuidkant van het koor, die om onbekende redenen bij de nieuwbouw van de 12e eeuw behouden bleef, bestaat uit grover metselwerk.
Interieur
In het 13e eeuwse portaal is een architraaf verwerkt waarin de naam van de bouwmeester, de monnik Azzo uit Porcari, ingekrast is. Op het eerste gezicht maken van de eenvoudige, gesloten architectuur van de zuilenbasiliek alleen de kapitalen, die met beeldhouwwerk versierd zijn, indruk. Onder een open dakstoel verrijzen de wanden van het middenschip. Ze worden door tweelingvensters onderbroken, waar- achter galerijen te zien zijn. In de smalle zijbeuken, die voorzien zijn van een kruisribgewelf, en in de kooromgang, waar het licht door het venster van de altaarruimte naar binnen valt, zijn Franse elementen herkenbaar. Net als aan de buitenkant van de abdij worden ze verbonden door Lombardische elementen. Voorbeelden hiervan zijn het afzien van een dwarsbeuk en de geslotenheid van de wandvlakken.
Het beeldhouwwerk aan de kapitalen is eveneens het originele resultaat van een combinatie van Lombardische en Franse invloeden. Als materiaal werd onyxachtig albast gebruikt - een materiaal dat ter plekke werd aangetroffen. Tussen de talrijke dierenkoppen en plantenkapitelen met pompeuze decoratie valt het Daniel-kapiteel op. Dit wordt toegeschreven aan de meester van Cabestany, een kunstenaar die in heel Europa werkte en het levendige beeldhouwwerk van het Zuid-Franse klooster Moissac voortzette. Zijn stijl kenmerkt zich door opvallend sterke voorstellingen. Onvergetelijk zijn vooral zijn gezichten.- een kort voorhoofd, sterk benadrukte wenkbrauwen, schuinse blik, een spitse neus, een wijkende kin en flaporen. Hier is het verhaal van Daniel uit het Oude Testament afgebeeld.
Aan de abdij vertrekt ook een wandeling (6 km) naar Sant'Angelo in Colle, een goed bewaard ommuurd dorp op de top van een heuvel. Voor fietsers vertrekt vanuit Montalcino een verharde weg naar hetzelfde dorp. |
Wijnen | Brunello di Montalcino en Rosso di Montalcino
Een klassieker uit de streek ten zuiden van Siena is de Brunello di Montalcino, die wordt gemaakt van de Sangiovese-druif. De wijn lagert enkele jaren in grote houten vaten en daarna een aantal jaar op fles. Brunello is stevig, bevat aardig wat tannine, en is zeer kruidig. De Rosso di Montalcino heeft een kortere rijping ondergaan, is iets goedkoper en is over het algemeen iets toegankelijker van karakter. Wijnen | Vino Nobile di Montepulciano
Vino Nobile di Montepulciano
Niet ver van Montalcino ligt Montepulciano. Het pittoreske ommuurde stadje staat bekend om zijn Vino Nobile di Montepulciano. Ook deze wijn wordt gemaakt van de Sangiovese-druif. Vino Nobile is vol en bloemig en je drinkt hem bij voorkeur bij een bistecca, biefstuk, van het Chiana-rund. |